
BX Scarabee d'Or

Op de zestigste automobieltentoonstelling van Genève, begin 1990, toonde koetsbouwer Heuliez de Sacarbée d'Or. De naam was een verwijzing naar één van de vijf Citroën rupsvoertuigen die in 1922 en 1923 de Sahara hebben bedwongen. Als basis werd het mechaniek van een BX 4x4 genomen, zodat de terreinkwaliteiten ook daadwerkelijk in overeenstemming waren met de sfeer die bij de naam werd opgeroepen.

De lengte was ten opzichte van het basisvoertuig behoorlijk gereduceerd, want deze mat niet meer dan 3 meter 20. Om het nemen van hellingen en andere obstakels zo ongecompliceerd mogelijk te maken was er slechts een zeer beperkte overhang voor en achter, zodat de aanvalshoek' zo groot mogelijk kan zijn: 45* en 50* voor respectievelijk de voor- en achterzijde. Verder zorgen forse Michelins (215 R 14) ervoor dat wat dat betreft ook zo min mogelijk problemen te verwachten zijn. Qua motor lag er weinig schokkends onder de motorkap: de 107pk sterke 1905cc benzinemotor uit de BX 19 TRS. De vijfbak beschikte over een korte eerste versnelling, de blokkering van het middelste differentieel was als bij de BX 4x4 elektromagnetisch te regelen. Door de onvolprezen hydropneumatische vering kon de bodemvrijheid naar wens worden ingesteld: tussen de 10 en 30 centimeter.

De geprofileerde koets gaf bij de eerste aanblik al een deel van zijn identiteit prijs, want de dubbele chevron was hier op dezelfde plaats te vinden als de BX: a-symetrisch aan de bestuurderszijde op de motorkap. Overigens hebben de makers van deze Scarabée (bewust -naar we mogen aannemen) de koplampen weggelaten; het enige dat aan de voorzijde Iicht kan geven zijn twee oranje clignoteurs! De deuren bestaan uit een soort van horizontale, scharnierende beugel, aan de onderzijde hiervan kan frisse Iucht -maar ook zand & modder- vrijelijk binnenkomen. Of dat nu de meest ideale oplossing is voor een terreinwagen valt te betwijfelen, maar we hebben het hier ten slotte met een prototype van doen. Niet zeuren dus. Het interieur is naar keuze twee- of vierpersoons. De achterstoelen kunnen worden weggeklapt als een soort van dickey-seat zoals de Traction cabriolet deze vroeger had. Wat overigens niet duidelijk is: hoe moet je je tijdens een zandstorm tegen de elementen beschermen? Voor zover wij op de foto's kunnen ontdekken en in de documentatie kunnen naIezen beschikt de wagen niet over een kap. De ontwerpers zijn er vanaf het begin duidelijk in geweest: de Sarabée d'Or was een vingeroefening, een aandachtstrekker; er zijn nooit serieuze plannen geweest om zoiets op de markt te gaan brengen. Een verkeerde inschatting, gezien de flinke populariteit van jeep-achtigen anno 1999...?

Overigens werd later nog een bijna identieke Peugeot getoond, de Agades. Deze beschikte vanzelfsprekend niet over de oléopneumatique en verschilde uiterlijk door een afwijkende grille (van de 405, met èchte koplampen) en het hebben van een vast dak met gesloten deuren.
(Bron: Citroexpert nr.6/99, foto's: Heuliez / archief CITROExpert)